“Is een jezuïetenpaus een goede zaak voor de joden?”

do 22 aug 2013 Jezuïeten / Varia / Wereldwijd /

Alexander Zanzer over: "Joods-christelijke relaties, door de ziel van een jezuïet"

Alexander Zanzer over: “Joods-christelijke relaties, door de ziel van een jezuïet”

Joods-christelijke relaties, door de ziel van een jezuïet 

Een joodse student aan een jezuïetenuniversiteit

Vooraleer de drang tot fusie de Antwerpse Universiteiten tot een homogeen geheel maakte, studeerde ik aan de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius. In tegenstelling tot de grote universitaire torens van Babel van nu, had de UFSIA een ziel en weerspiegelde ze de reputatie alsook de leergierige discipline van de jezuïeten. Als een van een handvol joodse studenten in die tijd, voelde ik mij niet altijd op mijn gemak totdat de rector mij bij zich riep  en meedeelde dat ik op Sabbat geen examens  hoefde af te leggen. Zullen de Jezuïeten de joods- christelijke relaties in een versnelling brengen, vooral nu de Paus een lid van de orde is? Niets is zo zeker en niets even onwaarschijnlijk. De eerste jezuïet als Paus en de eerste niet Europeaan in 1300 jaar, alsook de eerste uit de Nieuwe Wereld, het lijken duidelijke indicaties dat alles mogelijk is.

De relatie tussen het Jodendom en het Vaticaan kende veel meer diepte- dan hoogtepunten. Maar de relatie  tussen het Vaticaan en de jezuïeten liep ook niet van een leien dakje. In de achttiende eeuw werd de orde zelfs door de paus opgeheven. De eeuwenlange Jodenvervolging roept de vraag op: “Is een jezuïetenpaus een goede zaak voor de joden?” De Paus is bekend voor zijn nauwe banden met de Argentijnse joodse gemeenschap en schreef zelfs een boek samen met een rabbijn.

Joden en jezuïeten doorheen de eeuwen

Maar laten wij de verhoudingen van de jezuïeten tot de joden over de eeuwen heen even bekijken. De stichter van de  jezuïeten was een Spaanse ridder, Ignatius van Loyola (1491–1556). Hij was bekend voor  zijn liberale houding tegenover wat toen al “de joodse kwestie” werd genoemd. Na 1492, het jaar waarin Columbus naar de VS reisde in de hoop een alternatieve route voor India te ontdekken en het jaar waarin de joden uit Spanje verjaagd werden, kon men op het Iberische schiereiland geen personen meer vinden die zich openbaar als jood identificeerden. Maar er was wel een groot aantal “Nieuwe Christenen”.Dat waren bekeerde joden of nazaten van bekeerde joden. Marranos waren bekeerde joden die in het geheim de joodse riten bleven volgen .

De Inquisitie had de handen vol om deze verborgen joden te vinden en te vervolgen. Zelfs vóór de uitwijzing van de joden uit Spanje hadden de Spanjaarden een negatieve houding aangenomen tegen de Nieuwe Christenen wegens hun joodse herkomst.“Limpieza de sangra”, de zuiverheid van het bloed, was de regel aan vele universiteiten, bij de overheid en de Kerk. Het gevolg was dat afstammelingen van joden  geen hoge functies in de Kerk of de Staat konden bekleden en dat huwelijken tussen Nieuwe en Oude Christenen werden afgekeurd.

Alfonso de Polanco sj, een bekeerde jood

In deze kwesties hielden de Jezuïeten de oorspronkelijke christelijke principes langer in eer dan andere katholieke instellingen. Pas in 1593, onder zware druk, hebben ook de jezuïeten de Bloedwetgeving toegepast. Tot dan waren bekeerde joden bij de jezuïeten welkom en konden zij zelfs hoge functies bekleden. Het meest gekende geval is dat van Juan Alfonso de Polanco, de secretaris van Ignatius, de stichter van de jezuïetenorde.

Ook de opvolger van Ignatius, Diego Laynez, was een vierde generatie katholiek. Laynez was een belangrijke intellectuele leider van de Katholieke Reformatie die door sommigen gezien werd als een antwoord op de Protestantse Reformatie.  Bij de jezuïeten waren er zoveel leden van joodse afkomst dat Koning Filips II de jezuïetenorde een “Synagoge van joden” noemde.

De betrokkenheid van de Nieuwe Christenen bij de orde kwam in 1593 ten einde, het jaar waarin Francisco de Toledo, ook van joodse afkomst, de eerste jezuïet werd die tot kardinaal werd benoemd. Er werd toen gedecreteerd dat niemand van joodse afkomst tot de orde kon toetreden. In 1608 werd die regel versoepeld tot personen met joodse voorouders tot de vijfde generatie. Deze raciale wetten werden pas in 1946 afgeschaft.

De vijfde generatie regel

De vijfde generatie regel werd meermaals geciteerd door de nazi’s alsook door de Italiaanse fascisten, zoals beschreven in het boek van David Kertzer “De Pausen tegen de Joden”. De regel werd gebruikt als een religieuze rechtvaardiging van hun raciale wetten daar zij zogezegd de richtlijnen volgden van “de meest gerespecteerde Orde van de Kerk”.

In de 18de  eeuw werden Poolse jezuïeten schuldig bevonden aan antisemitische ophitsing. La Civiltà Cattolica, een tijdschrift van de Italiaanse jezuïeten, versterkte antisemitische gevoelens vanaf zijn oprichting in 1850 tot Vaticanum II (1962-1965). Franse Jezuïeten speelden ook een rol in de veroordeling van Alfred Dreyfus op het einde van de 19de eeuw.

Bijdrage jezuïeten in strijd tegen antisemitisme

Sommige jezuïeten vochten in de lijn van de stichter van de orde, Ignatius, tegen de heersende vooroordelen. Augustin Bea, een Duitse jezuïet, speelde de belangrijkste rol in het opstellen van het conciliedecreet Nostra Aetate in 1965. Deze declaratie legde de relaties vast van de Kerk met niet-katholieke religies. In het document neemt de Kerk stelling tegen elke vorm van antisemitisme. Hierdoor begon een nieuw tijdperk voor de Joods-Christelijke verhoudingen. De verdraagzame houding van Augustin Bea karakteriseert de huidige jezuïetenorde. Ze speelt een belangrijke rol in de joods-katholieke dialoog. De verzoening tussen de jezuïeten en de joden is vooral merkbaar aan de universiteiten van de jezuïeten. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, maken Joodse Studies deel uit van hun curriculum.

Maar, terwijl Vaticanum II een einde wilde stellen aan anti-Joodse gevoelens bij de katholieken, krijgt de huidige kritiek op de Kerk antisemitische trekjes. De jezuïeten worden vaak voorgesteld als bondgenoten van de joden. Sommigen beweren zelfs dat ze gecontroleerd worden door de joden.

Paus Franciscus heeft een lange en hartelijke relatie met de joodse gemeenschap. Hopelijk zullen alle katholieken zijn voorbeeld volgen.

Alexander Zanzer

Met dank aan Centrale Magazine

Bekijk alle nieuwsberichten

Deel